Optimale verhouding vaste- en variabele bekostiging in het HO? | Berenschot nieuws

Optimale verhouding vaste- en variabele bekostiging in het HO?

Nieuws
Optimale verhouding vaste- en variabele bekostiging in het HO?

Deel dit nieuwsartikel

Datum

06 mei 2021

Leestijd

1 minuut

Minister van Engelshoven stuurde afgelopen maart een Berenschot rapportage naar de Tweede Kamer over de bekostiging van hogescholen en universiteiten. Dit onderzoek maakt onderdeel uit van een drietal onderzoeken, waarvan Berenschot er twee voor de minister heeft uitgevoerd. De uitkomsten van de onderzoeken worden onderdeel van de formatie.

Optimale verhouding

Berenschot onderzocht of er een optimale verhouding bestaat tussen de variabele, studentgebonden bekostiging en vaste bekostiging in het onderwijsdeel van het hoger onderwijs, zodat het ministerie van OCW de door de commissie van Rijn geconstateerde negatieve mechanismen van de onderwijsbekostiging weg zou kunnen nemen. Ons onderzoek is opgesteld op basis van een analyse van feiten en cijfers, een brede consultatie bij bestuurders van hogescholen en universiteiten en internationale casestudies.

Geen sturingselement

De projectleiders Bram Berkhout en Susanne de Zwart concluderen dat de verhouding vast/variabel op macroniveau zich niet goed leent als sturingsinstrument. Daarvoor zijn meerderen redenen waarvan de belangrijkste is dat de verhouding vaste-en variabele bekostiging dermate verschilt per instellingen (historisch), dat het ‘draaien aan deze knop’ op sectorniveau tegengestelde effecten bij instellingen teweeg kan brengen. Berenschot concludeert dat het bepalen van de juiste inrichting van het bekostigings- en overige sturingsinstrumentarium, en daarbinnen het inzetten op de optimale verhouding vast-variabel in de onderwijsbekostiging, een afgeleide moet zijn van de strategische vraag wat je landelijk en regionaal met het hoger onderwijs wilt.

Dit betekent ook dat er eerst overeenstemming moet zijn op wat landelijk en regionaal de maatschappelijke opgaven van het hoger onderwijs zijn en waarvoor de instellingen dus aan de lat staan. We zien verschillende opgaven voor het hbo en het wo. In het hbo zal, met de verwachte krimp, steeds meer de vraag gaan spelen welke regionale onderwijs- en onderzoeksinfrastructuur men in stand wil houden. Dit is met name een afweging tussen toegankelijkheid en (macro)doelmatigheid. In het wo wordt de komende jaren aanhoudende groei in studentenaantallen verwacht en blijft het van belang de verwevenheid tussen onderwijs en onderzoek te borgen.

Beleidsreactie

De minister neemt de conclusies van Berenschot over en geeft in haar beleidsreactie aan dat specifieke maatschappelijke opgaven inderdaad eventueel aanleiding zijn om de vaste voet van een bepaalde instelling te verhogen. Zij noemt daarbij de kleine opleidingen en hogescholen in krimpregio’s.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Meer weten?