Duurzame chemie onmisbaar voor een autonoom Europa | Berenschot artikel

Duurzame chemie onmisbaar voor een autonoom Europa

Artikel
Duurzame chemie onmisbaar voor een autonoom Europa

Deel dit artikel

Datum

02 maart 2026

Leestijd

3 minuten

Recente geopolitieke ontwikkelingen laten zien hoe belangrijk de chemiesector is als basis voor het aangaan van uitdagingen zoals verduurzaming van complexe waardeketens en Europese autonomie. In Europa staat de sector echter onder grote druk. Om de toekomst van de chemie in ons werelddeel te waarborgen en investeringen aan te trekken, is afstemming met buurlanden een must.

Startpunt van essentiële (toekomstige) waardeketens

De chemische sector is al decennia een van de pijlers onder de Nederlandse economie en welvaart(staat), met een directe bijdrage van 2% aan het bbp (ING, 2026). De Nederlandse (chemische) basisindustrie, onderdeel van het ARRRA-cluster (Antwerpen Rotterdam-Rijn-Ruhr-Area), behoort tot het derde chemische cluster ter wereld en staat aan de basis van de brede maakindustrie in Europa. De sector genereert 100.000+ fte (ChemistryNL, 2023), zorgt voor innovatie (4-5% van de R&D-uitgaven en 6-11% van de Nederlandse patentaanvragen) en levert onmisbare bouwstenen en kennis aan vitale sectoren zoals gezondheidszorg, levensmiddelenindustrie, defensie en verschillende hightechtoepassingen. In 2024 waren andere EU-lidstaten goed voor 80% van de Nederlandse chemie-export, Azië 8% (waarvan 2% China) en de VS 5% (CBS/ING, 2026).  

Sinds enkele jaren staat de positie van de chemische sector in Europa en in Nederland echter flink onder druk. De productie is met bijna 20% afgenomen ten opzichte van vijf jaar geleden (industry.indicators). Wereldwijde concurrentie neemt toe vanwege overcapaciteit in China, concurrentie met landen met lagere gasprijzen, en hogere energie- en netwerkkosten ten opzichte van ons omringende landen. Verder beperkt de complexe vergunningverlening, onder andere rond stikstof, de mogelijkheden tot investeren en innoveren. Dit leidt tot sluiting (LyondellBasell/Covestro en Tronox, maart 2025), tot uitstel van verduurzamingsinvesteringen (ExxonMobil, september 2025), en herstructurering van fabrieken (Fibrant, oktober 2025). 

Domino-effecten bij uitval delen van de waardeketen onvoldoende in beeld

Uit gesprekken die Berenschot voerde tijdens de gascrisis bleek het wegvallen van één schakel in de complexe waardeketens van de chemische sector vaak onvoorspelbare domino-effecten te hebben. Hoewel het sluiten van contracten met andere leveranciers soms uitkomst biedt, bestaat het risico dat een niet eenvoudig te vervangen schakel onverwachts omvalt. Wanneer dit te laat wordt onderkend, kan een brede keteninstorting (een domino-effect) plaatsvinden. Denk aan het wegvallen van ureum – onderdeel van AdBlue – op het moment dat de kunstmestproductie stilvalt, dan komt ook een deel van de transportsector tot stilstand. 

Volgens de Italiaanse econoom Mario Draghi is het kunnen produceren van essentiële materialen een van de strategisch cruciale industrieën die Europa autonoom moet behouden. Denk aan kunstmest voor de voedselvoorziening, hoogwaardige vezels voor kogelwerende vesten, farmaceutische grondstoffen voor essentiële geneesmiddelen, waterzuiveringschemicaliën en chemische bouwstenen voor onder andere plastics. Het behoud van productiecapaciteit in Europa verkleint onze kwetsbaarheid voor geopolitieke en economische verstoringen, én maakt vroegtijdig ingrijpen mogelijk wanneer een ‘dominosteen’ dreigt om te vallen. Dit is belangrijk, want als een partij actief in de complexe chemie besluit te stoppen, is de kans dat dit type productie op korte termijn c.q. ooit terugkeert zeer klein. Kennis verdwijnt en zelfs hoge importtarieven, zoals afgelopen jaar geïntroduceerd in de VS, lijken vooralsnog niet het door de regering gewenste effect te hebben. 

Advies: trek gezamenlijk op met buurlanden en creëer een gelijk speelveld

De nieuwe coalitie zet in op economische groei gekoppeld aan zowel verduurzaming als productiviteitsverhoging. Dit met nadruk op sectoren die economisch én strategisch cruciaal zijn: digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie, en life sciences & biotechnologie. Deze prioritering is erop gericht de positie van de schone maakindustrie te versterken, met kansen voor circulaire bouwmaterialen, groene chemie, biobased plastics, waterstofproductie en de maritieme sector, in lijn met de adviezen uit het Rapport Wennink. 

Realisatie van deze ambitie vereist een krachtig industriebeleid, met in het achterhoofd de vraag: van welke chemische productie capaciteit c.q. materialen willen we nu en in de toekomst niet afhankelijk zijn van het buitenland? Gezien de verwevenheid van de energie-intensieve industrie met de achterliggende (Europese) maakindustrie, is samenwerking met directe buurlanden essentieel. Wij roepen het nieuwe kabinet daarom op een gezamenlijk plan op te stellen voor verduurzaming van de chemiesector en de concurrentienadelen, zoals hogere netkosten, weg te nemen. Dit plan moet ruimte bieden voor uitruil van nationale industriecapaciteiten, zodat voorkomen wordt dat Europese productie de vraag overstijgt, hetgeen zou leiden tot destructieve concurrentie.   

Randvoorwaardelijk hieraan is dat het CBAM en het EU ETS functioneren als beoogd. Dit betekent bijvoorbeeld dat er geen ‘achterdeurtjes’ in het CBAM opgenomen moeten worden (zie de huidige discussie over artikel 27a), en/of dat het huidige lineaire reductiepad van het ETS gematigd wordt. Eventuele verruiming van het ETS zou wel kunnen door een koppeling met andere sectoren die momenteel niet onder een emissieplafond vallen, zoals veeteelt (zie onze publicatie ‘koppeling tussen EU ETS1 en ETS3’) of het Europese deel van internationale scheep -en luchtvaart. Zekerheid over CBAM en ETS geeft marktpartijen duidelijkheid en voorkomt dat de verwachte afzetmarkt voor duurzame producten weg- of tegenvalt.  

Door gezamenlijk te sturen op (toekomstige) behoeften, capaciteiten af te stemmen en onnodige competitie te vermijden, kunnen Nederland en Europa de chemiesector duurzaam versterken, de eigen strategische autonomie vergroten, en hun economische weerbaarheid op lange termijn waarborgen. 

Blijf op de hoogte van onze laatste inzichten

Meld u aan voor onze nieuwsbrief