Bij het meten stellen we vast of het algoritme groepen verschillend behandelt en hoe groot dat verschil is. Daarvoor bestaan verschillende statistische maatstaven. Die kunnen elkaar tegenspreken. Een model kan op de ene maatstaf gelijk uitpakken en op de andere niet. Welke maatstaf past, volgt daarom uit de juridische vraag.
Per casus hebben we drie dingen nodig:
- De uitkomst van het model (een score of selectie).
- Wat er daarna feitelijk is gebeurd (bijvoorbeeld of een controle iets opleverde).
- Tot welke groep iemand behoort.
Ontbreekt de feitelijke afloop, dan kunnen we alleen meten wie vaker wordt geselecteerd. Of iemand ten onrechte wordt geselecteerd, blijft dan onduidelijk.
Goed om te weten: gegevens over groepskenmerken ontbreken vaak. We bespreken dan vooraf welke alternatieven er zijn, zoals het gebruik van CBS-data. Ook spreken we kort met de proceseigenaar, enkele uitvoerders en functioneel beheer. Zo zien we hoe het algoritme in de praktijk wordt gebruikt en of medewerkers daarvan afwijken.