Wist u dat patiënten straks kunnen zien wie hun medisch dossier heeft ingezien, zelf informatie kunnen toevoegen en een verzoek tot het corrigeren van gegevens kunnen indienen? De European Health Data Space (EHDS) introduceert de komende jaren een reeks aanvullende rechten voor burgers. Wat verandert er precies, en wat betekent dat voor zorgaanbieders? In dit artikel zetten we de belangrijkste veranderingen op een rij.
Meer regie over medische gegevens: wat verandert er voor patiënten door de EHDS?
De European Health Data Space (EHDS) ,wordt vaak genoemd in discussies over databeschikbaarheid, gegevensuitwisseling en onderzoek met gezondheidsgegevens. Terecht, want de Europese verordening gaat een grote invloed hebben op de manier waarop gezondheidsgegevens binnen Europa beschikbaar komen voor zorg, beleid en innovatie. Maar er is ook een aspect dat minder aandacht krijgt: de positie van de patiënt zelf.
Met de EHDS krijgen burgers namelijk aanvullende mogelijkheden om hun medische gegevens in te zien, te gebruiken en er meer regie over te voeren. Sommige van die rechten bestaan in Nederland al gedeeltelijk, andere zijn nieuw of worden aanzienlijk verstevigd. Bovendien legt de EHDS een expliciete verantwoordelijkheid bij lidstaten om ervoor te zorgen dat burgers deze rechten ook daadwerkelijk kunnen uitoefenen.
Wat verandert er precies, en wat betekenen deze nieuwe rechten straks voor patiënten? En wat vraagt dat van zorgaanbieders? In dit artikel zetten we de belangrijkste veranderingen op een rij.
Meer dan gegevensuitwisseling tussen zorgverleners
De EHDS is een Europese verordening die moet zorgen voor betere beschikbaarheid van elektronische gezondheidsgegevens binnen de Europese Unie. Daarbij richt de verordening zich op drie onderwerpen: het uitwisselen van gegevens voor zorgverlening (primair gebruik), het hergebruik van gegevens voor onderzoek en beleid (secundair gebruik) en de regulering van systemen waarin gezondheidsgegevens worden vastgelegd, zoals elektronische patiëntendossiers.
In Nederland gaat veel aandacht uit naar secundair gebruik van gezondheidsgegevens en naar de vraag hoe zorgverleners gegevens eenvoudiger met elkaar kunnen uitwisselen als onderdeel van primair gebruik. Dat zijn belangrijke ontwikkelingen. Tegelijkertijd introduceert de EHDS ook nieuwe rechten voor burgers rondom het primaire gebruik van hun gezondheidsgegevens. Het gaat dan om gegevens die worden gebruikt voor de behandeling van patiënten en cliënten. Juist op dit punt verandert er de komende jaren veel.
Zeven rechten die burgers meer regie geven
De EHDS versterkt de positie van burgers door hen zeven rechten toe te kennen voor hun elektronische gezondheidsgegevens. Deze rechten geven burgers meer mogelijkheden om hun gegevens in te zien, te beheren, te delen en te controleren. Concreet gaat het om de volgende rechten:
1. Recht op toegang tot gezondheidsgegevens.
2. Recht om informatie toe te voegen aan het eigen dossier.
3. Recht op rectificatie van gegevens.
4. Recht op overdraagbaarheid van gegevens.
5. Recht om toegang tot gegevens te beperken.
6. Recht op inzicht in wie gegevens heeft geraadpleegd.
7. Recht op vertegenwoordiging via een gemachtigde of wettelijke vertegenwoordiger.
Voor al deze rechten geldt dat lidstaten een zogenaamde Dienst voor Toegang moeten inrichten. Via deze voorziening moeten burgers hun rechten eenvoudig kunnen uitoefenen. De EHDS stelt daarbij nadrukkelijk dat deze dienstverlening toegankelijk moet zijn voor mensen met een beperking, kwetsbare groepen en mensen met beperkte digitale vaardigheden.
Hoewel nog niet alle nationale keuzes zijn gemaakt, wordt steeds duidelijker welke impact deze rechten gaan hebben op burgers én zorgorganisaties.
Altijd toegang tot je eigen medische gegevens
Het recht op inzage bestaat al langer. De EHDS gaat echter een stap verder. Burgers moeten hun elektronische gezondheidsgegevens direct, kosteloos en in een begrijpelijke digitale vorm kunnen raadplegen. Daarbij gaat het onder meer om patiëntsamenvattingen, medicatiegegevens, laboratoriumuitslagen, medische beelden en ontslagrapporten.
Voor patiënten betekent dit dat zij niet langer afhankelijk zijn van losse portalen van verschillende zorgaanbieders. Het uitgangspunt is dat zij op één plek toegang krijgen tot hun gezondheidsgegevens.
Voor zorgaanbieders betekent dit dat gegevens niet alleen beschikbaar moeten zijn voor andere zorgverleners, maar ook voor de patiënt zelf. Daarmee wordt patiënttoegang steeds meer een standaard onderdeel van de informatievoorziening en niet langer een aanvullende service.
Informatie toevoegen én fouten laten herstellen
Opvallend is dat patiënten ook gegevens mogen toevoegen aan hun dossier. Denk bijvoorbeeld aan zelfmetingen, gegevens uit medische hulpmiddelen of aanvullende informatie die relevant kan zijn voor de behandeling. Ook krijgen patiënten het recht om een verzoek tot correctie van gegevens in te dienen wanneer zij denken dat informatie in hun dossier onjuist is. Dat betekent niet dat patiënten zelf medische registraties van zorgverleners kunnen aanpassen. Een zorgverlener blijft verantwoordelijk voor de inhoud van het dossier en zal moeten beoordelen of een correctieverzoek op feitelijk onjuiste of onvolledige gegevens terecht is.
Voor zorgorganisaties brengt dit een nieuwe vraag met zich mee: hoe worden deze verzoeken verwerkt in bestaande werkprocessen? Alleen techniek is niet voldoende. Ook afspraken over beoordeling, terugkoppeling en verantwoordelijkheden worden belangrijk.
Zien wie in het dossier heeft gekeken
Misschien wel een van de meest concrete veranderingen voor patiënten is het recht op inzicht in wie hun dossier heeft geraadpleegd. De EHDS bepaalt dat burgers informatie moeten kunnen krijgen over welke zorgprofessional hun gegevens heeft ingezien, wanneer dat gebeurde en welke onderdelen van het dossier zijn bekeken.
Voor veel patiënten raakt dit aan vertrouwen. Niet alleen willen mensen weten dat hun gegevens goed beschermd zijn, zij willen ook kunnen controleren of toegang daadwerkelijk beperkt blijft tot zorgverleners die betrokken zijn bij hun behandeling.
Voor zorgaanbieders betekent dit dat het registreren van wie wanneer een dossier raadpleegt (logging) niet langer uitsluitend een technische of juridische aangelegenheid is. Loggegevens worden informatie patiënten kunnen inzien. Dat vraagt om uniforme en betrouwbare registratie, evenals een heldere toelichting op de getoonde gegevens.
Een verschuiving van verantwoordelijkheid
De meest fundamentele verandering zit misschien niet in een individueel recht, maar in de verantwoordelijkheidsverdeling.
Tot nu toe lag de verantwoordelijkheid voor het faciliteren van veel van deze rechten in de praktijk vooral bij individuele zorgaanbieders. De EHDS legt expliciet vast dat lidstaten verantwoordelijk zijn voor het realiseren van deze rechten en daarvoor een nationale toegangsdienst moeten organiseren.
Dat is een wezenlijke verandering ten opzichte van de bestaande uitgangspunten binnen ons zorgstelsel. De overheid krijgt een nadrukkelijkere rol in het organiseren van digitale toegang tot gezondheidsgegevens. Tegelijkertijd blijven zorgaanbieders een cruciale schakel. Zonder toegankelijke gegevens, passende werkprocessen en voldoende aansluiting op landelijke voorzieningen kunnen burgers hun rechten immers niet daadwerkelijk uitoefenen.
De komende jaren zijn bepalend
De contouren van de nieuwe burgerrechten zijn inmiddels duidelijk, maar veel onderdelen vragen nog verdere uitwerking in Nederlandse wet- en regelgeving. Denk aan de precieze inrichting van de toegangsdienst, de manier waarop toegangsbeperkingen worden vormgegeven en hoe burgers inzicht krijgen in het gebruik van hun gegevens.
Wat wel vaststaat, is dat de EHDS de positie van patiënten versterkt. Gezondheidsgegevens worden niet langer alleen iets van zorgverleners en systemen, maar van de burgers zelf.
Voor zorgaanbieders is het daarom verstandig om de EHDS niet alleen te beschouwen als een gegevensuitwisselingsvraagstuk, maar vooral ook als een ontwikkeling die de relatie tussen patiënt, zorgverlener en gezondheidsinformatie fundamenteel verandert. Dit vraagt niet alleen om technische en organisatorische voorbereiding, maar ook om het inrichten van processen die patiënten daadwerkelijk ondersteunen bij het uitoefenen van hun nieuwe rechten. Organisaties die tijdig nadenken over de impact op hun dienstverlening, informatievoorziening en werkprocessen, zijn beter voorbereid op de veranderingen die de EHDS de komende jaren met zich meebrengt.
Ter achtergrond
In opdracht van Stichting MedMij voerden Berenschot en Hooghiemstra & Partners een verkenning uit naar de manier waarop de EHDS-burgerrechten in Nederland kunnen worden ingevuld via een nationale dienst voor toegang en welke rol het MedMij Afsprakenstelsel daarbij mogelijk kan spelen . Uit het onderzoek blijkt dat veel bouwstenen al aanwezig zijn, maar dat verdere ontwikkeling én landelijke beleidskeuzes nodig zijn om alle rechten daadwerkelijk uitvoerbaar te maken.