Zelfstandige bestuursorganen, zoals de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) worden iedere vijf jaar geëvalueerd op doeltreffendheid en doelmatigheid. Recent heeft Berenschot deze evaluatie uitgevoerd. In dit artikel bespreken we de twee belangrijkste aandachtspunten uit deze evaluatie en de reactie van NWO en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) hierop.
De evaluatie van NWO door Berenschot is in veel opzichten positief. De onderzoekers concluderen dat NWO in de periode 2020–2024 haar wettelijke taken doeltreffend en doelmatig heeft uitgevoerd en een onmisbare positie inneemt binnen het Nederlandse onderzoeksstelsel.
Tegelijkertijd worden met de evaluatie enkele structurele knelpunten gesignaleerd die zowel NWO als het ministerie van OCW hebben aangegeven serieus te nemen. Voor beleidsmakers bij OCW en kennisinstellingen zijn daarbij vooral twee thema’s interessant: de aanhoudend hoge aanvraagdruk en de vraag hoe NWO haar rol als verbinder verder moet ontwikkelen. Op beide punten sluiten de bestuurlijke reactie van NWO en de beleidsreactie van de minister goed op elkaar aan.
De aanvraagdruk: een systeemprobleem dat niemand alleen kan oplossen
Een van de meest terugkerende thema’s uit de evaluatie betreft de hoge aanvraagdruk bij NWO. Onderzoekers investeren veel tijd in subsidieaanvragen, terwijl de honoreringspercentages bij belangrijke instrumenten zoals de Open Competitie en de Talentlijn relatief laag blijven. Ondanks eerdere maatregelen blijkt dan ook dat het niet gelukt is om de aanvraagdruk substantieel te verlagen of de slagingskansen te vergroten.
De evaluatie laat ook zien dat de oorzaken grotendeels buiten NWO liggen. Universiteiten zijn gegroeid, er zijn meer onderzoekers actief en de afhankelijkheid van competitieve financiering is toegenomen. Daardoor neemt het aantal aanvragen sneller toe dan het beschikbare budget. NWO bevindt zich daarmee in een lastig spanningsveld: het moet zorgvuldig selecteren, maar wordt tegelijkertijd afgerekend op lage slagingspercentages.
Wat wil NWO doen?
In haar bestuurlijke reactie erkent NWO dat de aanvraagdruk een van de grootste uitdagingen voor de komende jaren blijft. De organisatie wil verder investeren in digitalisering van aanvraagprocessen, kritisch kijken naar bestaande maatregelen uit het programma Verlagen druk op het systeem en onderzoeken hoe procedures eenvoudiger kunnen worden ingericht. Daarnaast wil NWO beter gebruikmaken van monitoring, evaluatie en zogenoemd research on research om meer inzicht te krijgen in de effecten van keuzes in het financieringsinstrumentarium.
Wat wil OCW doen?
De minister sluit nadrukkelijk aan bij deze analyse. In de beleidsreactie naar aanleiding van de evaluatie wordt onderkend dat het probleem weliswaar niet uniek is voor Nederland, maar dat een oplossing wel degelijk noodzakelijk blijft. Daarom heeft OCW aan NWO en Universiteiten van Nederland (UNL) gevraagd om vóór de zomer van 2027 met een gezamenlijk plan te komen om de druk op het systeem terug te dringen. Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid expliciet van NWO alleen naar het onderzoeksstelsel als geheel. De discussie over aanvraagdruk wordt niet langer uitsluitend gezien als een kwestie van subsidieprocedures, maar steeds meer als een vraagstuk van systeemontwerp, arbeidsmarkt en onderzoeksfinanciering.
De verbindende rol: van subsidieverstrekker naar stelselspeler
Een tweede thema dat in de evaluatie nadrukkelijk aan bod kwam, is de rol van NWO als verbinder. Naast financier en uitvoerder positioneert NWO zich de afgelopen jaren expliciet als organisatie die onderzoekers, overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties met elkaar verbindt. De evaluatie bevestigt de meerwaarde van die rol, maar laat ook zien dat deze minder zichtbaar is dan de financieringsfunctie.
De onderzoekers constateren dat NWO bijdraagt aan nieuwe samenwerkingen en thematische programma’s. Tegelijkertijd is de verbindende rol nog onvoldoende afgebakend. Voor partijen in het veld is daardoor niet altijd duidelijk wat zij van NWO als verbinder kunnen verwachten en welke activiteiten daaronder vallen.
Ook is het belangrijk te benoemen dat verbinden geen doel op zichzelf moet worden. Volgens de evaluatie is deze rol vooral van waarde wanneer zij de financieringsopgave ondersteunt en bijdraagt aan de maatschappelijke impact van onderzoek. De onderzoekers adviseren NWO daarom de verbindende rol scherper te definiëren, ook organisatorisch en deze gerichter in te zetten binnen verbinding met de andere partijen in het bredere wetenschapsstelsel.
Wat wil NWO doen?
NWO erkent in haar reactie dat het verder uitbouwen van de verbindende rol een van de belangrijkste aandachtspunten wordt in de nieuwe strategieperiode. De organisatie ziet de ambitie om onderzoekers, kennisinstellingen en maatschappelijke partners beter met elkaar te verbinden als essentieel voor het oplossen van complexe maatschappelijke vraagstukken. Tegelijkertijd wil NWO deze rol verder concretiseren in het nieuwe instellingsplan.
Wat wil OCW doen?
Ook de minister onderschrijft het belang van de verbindende rol, maar verbindt daar duidelijke voorwaarden aan. Volgens OCW moet deze rol wel binnen de wettelijke taken van NWO blijven. Daarbij legt de minister een nieuw accent: de toegang tot programma’s moet worden verbreed zodat ook minder traditionele partijen in de kennisketen kunnen deelnemen aan opgavegerichte onderzoeksprogramma’s. Denk aan maatschappelijke organisaties, praktijkpartners of andere kennisinstellingen die niet vanzelfsprekend een plek hebben in bestaande consortia.
Dat voornemen sluit nauw aan bij bredere ontwikkelingen in het onderzoeksbeleid, waarin steeds meer nadruk ligt op maatschappelijke impact, transdisciplinariteit en samenwerking over sectorgrenzen heen.
Conclusie
De NWO-evaluatie laat een paradox zien die veel beleidsmakers zullen herkennen. Juist omdat NWO goed functioneert, wordt steeds meer van de organisatie gevraagd. De aanvraagdruk groeit doordat onderzoekers sterker afhankelijk zijn geworden van competitieve middelen. Tegelijkertijd groeit de verwachting dat NWO niet alleen financier, maar ook verbinder en systeemregisseur is.
Op beide thema’s kiezen NWO en OCW voor gerichte ontwikkeling, niet voor fundamentele koerswijziging. Er worden geen fundamentele koerswijzigingen aangekondigd, maar wel belangrijke stappen richting een meer lerende organisatie, meer stelselverantwoordelijkheid en een bredere betrokkenheid van maatschappelijke partners. Daarmee ligt er ook een gezamenlijke opgave voor OCW, NWO en universiteiten en onderzoeksinstituten: niet alleen de prestaties van NWO verder versterken, maar vooral de randvoorwaarden verbeteren waardoor het onderzoeksstelsel als geheel beter kan functioneren.