Afgelopen periode rondde een groep OMT’ers van De Zorggroep een ontwikkelprogramma af. Tijdens de afsluiting vertelden alle deelnemers in een korte pitch wat het had opgeleverd.
Opvallend was dat het niet ging over de nieuwe kennis, maar over ander gedrag:
“Ik sta vaker stil voordat ik iets doe.”
“Ik zie beter wat mijn gedrag met anderen doet.”
“Ik hoef niet alles op te lossen.”
Begin bij jezelf
Het programma richtte zich op persoonlijk leiderschap, samenwerken en het begeleiden van verandering. In alle onderdelen stond dezelfde vraag centraal: wat doe jij in jouw rol, en wat is het effect daarvan?
Dat begon bij de persoon. Deelnemers werden zich bewust van hun eigen patronen en reacties. In gesprekken werd zichtbaar hoe snel er in de praktijk wordt gereageerd of ingevuld. Dat leidde tot concrete inzichten, zoals: “Ik merk dat ik vaker stilsta voordat ik iets doe” en “Ik durf vaker te benoemen wat ik zie en voel”.
Juist die kleine verschuivingen hebben direct effect op het handelen.
Gedrag zichtbaar in het team
Vervolgens verschoof de aandacht naar samenwerking. In gesprekken en opdrachten werd zichtbaar hoe gedrag invloed heeft op anderen. Het nemen van regie, afwachten of langs elkaar heen werken — herkenbare patronen uit de praktijk.
In de reflectie werd duidelijk wat dat betekent: “Ik zie nu beter wat mijn gedrag doet met anderen” en “Ik ben me bewuster geworden van verschillen in samenwerking”. Door opnieuw te oefenen veranderde het gedrag zichtbaar, doordat er meer werd afgestemd en geluisterd.
Dit werd ook doorgetrokken naar gesprekken in de praktijk. Deelnemers ervaarden dat niet alleen de inhoud maar juist de manier van luisteren en reageren bepalend is. Dat leidde tot uitspraken als: “Doorvragen en echt luisteren maken het verschil” en “Ik durf lastige gesprekken eerder aan te gaan”.
Intervisie liep hierbij als een rode draad door het programma. In kleine groepen werden eigen casussen ingebracht en samen onderzocht. Vertragen en kijken vanuit verschillende perspectieven hielp om scherper te zien wat er speelt — en wat het eigen aandeel daarin is.
Begeleiden van verandering
In het laatste onderdeel werkten de OMT’ers een hele dag aan een actuele casus. De focus lag op hun rol in het begeleiden van verandering en het meenemen van medewerkers.
Daar werd zichtbaar wat verandering oproept — twijfel, weerstand, betrokkenheid — en hoe daarmee om te gaan. Zoals deelnemers aangeven: “Verandering gaat niet alleen over het plan, maar over wat het met mensen doet” en “Niet iedereen zit in dezelfde fase, en dat hoeft ook niet”.
Steeds opnieuw kwam dezelfde beweging terug: niet alles oplossen, maar begeleiden wat er ontstaat. Dit kwam naar voren in uitspraken als “Ik hoef niet alles op te lossen” en “Soms moet je ruimte laten voor ongemak”.
Terug naar de praktijk
De groep sloot het programma af met de pitches. Daar werd zichtbaar wat het heeft opgeleverd: ieders eigen ontwikkeling, met een duidelijke gezamenlijke lijn:
- Vaker stilstaan.
- Beter zien wat eigen gedrag doet.
- Bewuster kiezen hoe te handelen.
Of, zoals een van de deelnemers het samenvatte: “Het begint bij wat ik zelf doe.”
En dat raakt direct aan de vraag die centraal stond: wat doe jij in jouw rol — en wat is het effect daarvan op anderen?
Dat is ook waar de begeleiding van Berenschot zich op richt: gedrag zichtbaar maken, zodat er in de praktijk daadwerkelijk iets kan veranderen.