In opdracht van VIVET (Verbetering Informatievoorziening Energietransitie) onderzocht Berenschot of een warmtenetaansluitingenregister bijdraagt aan de efficiënte uitvoering van de Wet collectieve warmte, en wat er nodig zou zijn voor realisatie ervan. Conclusie: een aansluitingenregister voor warmtenetten vervult een duidelijke behoefte, en vergt slechts een beperkt aantal gegevens per aansluiting.
De Wet collectieve warmte (Wcw) en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) leiden tot nieuwe taken voor onder andere gemeenten en de ACM. Dit betreft onder meer het effectief plannen, uitvoeren, financieel ondersteunen en reguleren van de warmtetransitie. Genoemde taken vereisen betrouwbare informatie over het aantal aansluitingen op warmtenetten, de locatie daarvan en andere relevante kenmerken. Omdat gemeenten nu onvoldoende inzicht hebben in welke adressen aangesloten zijn op warmtenetten, kunnen zij deze taken niet goed uitvoeren.
Geen fundamentele barrières
Het haalbaarheidsonderzoek van Berenschot toont aan dat het opstellen van een warmtenetaansluitingenregister bijdraagt aan diverse wettelijke taken en daarnaast meer efficiëntie en transparantie biedt door betere en gestandaardiseerde informatie uitwisseling tussen gemeenten, warmtebedrijven en andere stakeholders. “Hoewel we in ons onderzoek verschillende uitdagingen hebben geïdentificeerd, beschouwen wij deze als goed oplosbaar”, stelt Rutger Bianchi, managing consultant bij Berenschot. “Wij zien dan ook geen fundamentele barrières en beschouwen de ontwikkeling van een warmtenetaansluitingenregister als haalbaar.”
Beperkte foutmarge acceptabel
Een tweede belangrijk inzicht is dat voor gemeenten een beperkte set attributen volstaat om invulling te geven aan hun taken onder de Wcw en Wgiw. Dit betreft identificatienummer en status van de aansluiting, naam van het warmtebedrijf, identificatienummer van het warmtenet, adressen achter de aansluiting en het verblijfsobject per adres. “Natuurlijk is het streven een zo compleet en accuraat mogelijk register. Immers, hoe hoger de datakwaliteit, hoe groter de waarde van het register”, stelt Bianchi. “Voor de uitvoering van de meeste taken is echter een beperkte foutmarge acceptabel.”
Nadere afstemming vereist
De ontwikkeling van een warmtenetaansluitingenregister vereist afstemming tussen overheidsinstanties en warmtebedrijven. Daarom adviseert Berenschot om een procesbegeleider aan te stellen om de samenwerking tussen alle betrokken partijen te coördineren, een (concept) mandaat op te stellen voor de registerbeheerder en een gedetailleerde budgetraming te maken. Berenschot definieerde in het eindrapport tevens de randvoorwaarden en processtappen voor het realiseren van een dergelijk register. Begin februari dit jaar informeerde minister Hermans van KGG de Tweede Kamer in een Kamerbrief over de belangrijkste ontwikkelingen bij collectieve warmte. Het rapport van Berenschot is daarin meegenomen als bijlage.