Een fruitmand redt je organisatie niet | Berenschot blog

Waarom een fruitmand je organisatie niet gaat redden en wat wel werkt

Blog
Waarom een fruitmand je organisatie niet gaat redden en wat wel werkt

Deel deze blogpost

Datum

29 juni 2026

Leestijd

4 minuten

Vitaliteit is dit jaar de nummer 1 HR-trend, maar ontwikkelt zich langzaam in een andere richting. Losse interventies maken plaats voor iets wat dichter tegen de kern van het werk aan zit.

Medewerkers doen mee, maar stappen dezelfde werkdag in

Ging het bij HR-afdelingen tot voor kort nog vooral over instroom en arbeidsmarkt, nu is er meer aandacht voor de mensen die er al zijn en hun duurzame inzetbaarheid. Hoe gezond ze blijven, ook in een tijd waarin werkdruk en verzuim in veel organisaties nog altijd een gigantisch probleem vormen. En – minstens zo belangrijk – hoe ze dat doen. 

Uit het HR-Trendonderzoek 2026 blijkt 40% van de organisaties regelmatig aan vitaliteit en werkgeluk te werken; 45% doet dat af en toe. In totaal dus 85% die er actief iets mee doet. Als je bij organisaties over de vloer komt, herken je dit beeld meteen. Teams die samen hardlopen, challenges met stappentellers, workshops over slaap en energie. Posters op de gang, een fruitmand bij de receptie, nieuwsbrieven, apps die medewerkers helpen om een beetje beter voor zichzelf te zorgen. Er wordt geïnvesteerd. Niemand hoeft nog uit te leggen waarom vitaliteit belangrijk is. 

Tegelijkertijd schuurt er iets in de gesprekken met medewerkers. Ze doen best mee aan die initiatieven, maar stappen daarna weer in dezelfde werkdag. Met volle agenda’s, strak geplande overleggen, weinig ruimte om zelf te schuiven. Het ene moment zitten ze in een sessie over ontspanning, het volgende moment in een Teams-call die uitloopt. Dus hebben werkgevers nog steeds wat te doen.  

Vitaliteit zit niet meer alleen in wat je aanbiedt als werkgever, maar ook in hoe het werk daadwerkelijk is ingericht

Medewerkers stellen andere vragen

Vitaliteit is namelijk niet meer alleen een HR-thema dat je organiseert met programma’s en interventies. Het schuift op naar iets wat dichter tegen de kern van het werk aan zit. Sollicitanten stellen andere vragen. Het gaat minder over functietitels of hiërarchie en meer over hoe een werkweek er in de praktijk uitziet. Hoeveel ruimte er is om hun werk zelf te organiseren. Of ze kunnen schuiven als er thuis iets speelt. Hoe leidinggevenden omgaan met drukte. 

Het gesprek gaat dus steeds vaker over het dagelijks werkritme. Over hoe het voelt om er te werken. En of dat past bij de rest van hun leven. Dat zie je bij jonge mensen die bewust kiezen voor een bepaalde balans, maar net zo goed bij mensen die al jaren werken en merken dat ze het simpelweg anders willen inrichten. Minder alles of niets, meer iets wat vol te houden is. Vitaliteit zit daarmee niet meer alleen in wat je aanbiedt als werkgever, maar ook in hoe het werk daadwerkelijk is ingericht. 

Aansluiten bij dagelijks werk en cultuur

De transportsector illustreert de weerbarstigheid hiervan: vrachtwagenchauffeurs kampen door de aard van hun werk — veel zitten, onregelmatige tijden en vaak ongezonde voeding onderweg — met aanzienlijk meer fysieke klachten en een ongezondere leefstijl dan de gemiddelde werkende Nederlander. Losse interventies zijn dan zelden de oplossing, zo blijkt uit onderzoek van de HAN University of Applied Sciences. In een omgeving waar medewerkers zich soms ‘slechts een nummer’ voelen en waar gezond gedrag op de werkvloer bespot kan worden, moet vitaliteit onderdeel worden van het dagelijkse werk en de onderlinge norm: gesprekken op de standplaats, leidinggevenden die gezondheid meenemen in de planning en collega’s die elkaar niet wegzetten als iemand gezonder wil eten of bewegen.  

Ook de motivatie moet dichter bij het leven van chauffeurs komen. Een chauffeur komt namelijk niet in beweging voor de verzuimstatistieken van de directie, maar wel voor de wens om die ‘fitte papa’ te zijn die na een lange rit nog energie heeft om met zijn kinderen te spelen. Achmea heeft dit redelijk concreet gemaakt in de manier waarop werk is georganiseerd: een kortere werkweek, nadruk op balans, ruimte voor ontwikkeling tijdens het werk. Maar ook continue nudges om de trap te pakken of te kiezen voor gezonde voeding. Daar loopt vitaliteit door in het dagelijks functioneren. 

Uit het HR-Trendonderzoek blijkt dat verzuim nog steeds een urgent issue is, maar steeds vaker gekoppeld wordt aan de bredere vraag hoe werk houdbaar blijft.

Durven kijken naar het werk zelf

Veel organisaties bevinden zich echter in een fase waarin die twee werelden nog naast elkaar bestaan. Aan de ene kant de initiatieven, het aanbod, de zichtbaarheid. Aan de andere kant het dagelijks werk dat nog niet overal meebeweegt. Wel verschuiven langzaam de gesprekken. Er wordt vaker gekeken waar het in het werk zelf knelt. Waarom sommige teams op energie draaien en andere leeglopen. Waarom een agenda zo volloopt dat er geen ruimte meer ontstaat, ook al is dat wel de intentie. 

Dat vitaliteit nu de nummer 1 HR-trend is, is daarom vooral een teken dat organisaties doorhebben waar het echt over gaat. Dat gezondheid, ontwikkeling en prestaties niet los van elkaar te zien zijn. Dat werk en privé niet meer netjes naast elkaar lopen. In ons onderzoek noemt 64% duurzame inzetbaarheid als belangrijk doel, 60% betrokkenheid en motivatie en 54% het verminderen van verzuim. Die combinatie laat zien dat verzuim nog steeds een urgent issue is, maar steeds vaker gekoppeld wordt aan de bredere vraag hoe werk houdbaar blijft. 

De volgende stap is dat organisaties naar het werk zelf durven kijken. Een team dat zelf zijn werk indeelt. Een leidinggevende die het gesprek anders voert. Minder overleg. Meer ruimte om iets af te maken. In dat soort omgevingen hoort vitaliteit er gewoon bij. Uitgaande van de vraag hoe je werk zó inricht dat mensen gezond, gemotiveerd en productief kunnen blijven, wordt vitaliteit minder een reparatievraagstuk en meer een ontwerpvraagstuk. Dat dit nu bovenaan de agenda staat, is misschien wel het beste nieuws. 

Download het HR-trendrapport 2026

Ontvang het rapport met alle trends en inzichten van 2026.