Hoe stond het participatiebedrijf KempenPlus er bedrijfsmatig en financieel nu echt voor? Een optimaliseringsonderzoek van Berenschot naar de interne organisatie bood GR-bestuur en uitvoeringsorganisatie de verlangde transparantie. De aanbevelingen vormen een leidraad voor een passende toekomstige inrichting.
Kritische blik
KempenPlus, een gemeenschappelijke regeling van de Kempengemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden, is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet, (delen van) de Inburgeringswet en de Wsw in de aangesloten gemeenten. Binnen het GR-bestuur, bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeenten, leefden diverse vragen, die aanleiding vormden voor het optimaliseringsonderzoek. “We wilden kritisch laten kijken naar de bestaande gemeentelijke verdeelsleutel voor de kosten van het werkbedrijf en ook de impact van de Participatiewet op de opdracht die wij vanuit gemeenten geven aan het werkbedrijf in beeld brengen”, schetst Marko van Dalen, voorzitter van het bestuur GR KempenPlus en tevens wethouder Sociaal Domein en Economie voor de gemeente Bergeijk. “Daarnaast wilden we de bedrijfsvoering van KempenPlus laten benchmarken, mede vanwege een voor de gemeenten onverwachte begrotingsbijstelling van het participatiebedrijf medio 2023 dat de kosten voor onze gemeenten met € 5 miljoen verhoogde.”
Sense of urgency
François Baudoin, directeur van de uitvoeringsorganisatie GR KempenPlus, die een breed palet aan dienstverlening uitvoert voor de vier Kempengemeenten, beaamt dat die vier vragen al bestaan sinds de fusie in 2019 van het sociaal voorzieningsbedrijf, WVK-groep en de intergemeentelijke sociale dienst De Kempen, wat werk & inkomen, re-integratie, bijstand, participatie, Wsw onder één paraplu bracht. “Twee jaar geleden werd bovendien nog gedacht dat 2026 een ravijnjaar zou worden en gemeenten rode cijfers zouden schrijven. Zo ontstond een sense of urgency om de effectiviteit en toekomstbestendigheid van KempenPlus duidelijk te krijgen door een onafhankelijke externe partij.”
Door Berenschot die onafhankelijke rol te laten pakken, kreeg het onderzoek de juiste dynamiek.
-François Baudoin, directeur van de uitvoeringsorganisatie GR KempenPlus
Onafhankelijke rol
De opdracht werd gegund aan Berenschot. “Dat bureau doet ook opdrachten voor de VNG en weet goed wat er in Den Haag gebeurt. Ze zijn op de hoogte van wet- en regelgeving en in staat die te vertalen naar modellen, op basis van analyses en benchmarks van de bedrijfsvoering bij andere bedrijven”, verklaart Van Dalen, namens de GR KempenPlus tevens opdrachtgever. Als directeur wilde Baudoin zich niet aan de voorkant met de opdracht bemoeien. “Door Berenschot die onafhankelijke rol te laten pakken, kreeg het onderzoek de juiste dynamiek. Er werd open gezegd wat de stappen waren en daar werd een strakke planning aan gekoppeld. Tevens werden een stuurgroep en begeleidingscommissie samengesteld uit gemeenten en bestuur om de voortgang te monitoren en te fungeren als eerste aanspreekpunt.”
Geloofwaardiger boodschap
Om een helder beeld te creëren, hield Berenschot interviews op verschillende niveaus in de uitvoeringsorganisatie GR KempenPlus en bij de betrokken gemeenten. “Op de juiste momenten hebben ze ook de begeleidingscommissie en stuurgroep meegenomen in een krachtige en begrijpelijke presentatie van onderzoekswerk en cijfers”, aldus Baudoin. “Berenschot-adviseur Martin Heekelaar is een begrip in onderzoeksland als het gaat om de Participatiewet. Hij beschikt over de vereiste kennis en data om zo’n onderzoek snel uit te voeren en ons te laten te leren van andere casuïstiek en onderzoeken.” Voor de directeur van de uitvoeringsorganisatie is de belangrijkste conclusie de bevestiging dat KempenPlus het goed doet. “We scoren goed op bijstandsafhankelijkheid, helpen bovengemiddeld meer mensen met een arbeidsbeperking aan de slag en zitten qua kosten onder de benchmark. Dankzij de expertise van Berenschot komt die boodschap ook geloofwaardiger over op de betrokken gemeenten.”
Ze hebben de financials van onze vier gemeenten op één lijn weten te krijgen. Dat was goud waard.
-Marko van Dalen, voorzitter van het bestuur GR KempenPlus
(Foto Francois Baudoin: Imca van de Weem)
Gezamenlijk beleid
De doorlichting van de uitvoeringsorganisatie leverde ook het GR-bestuur nieuwe inzichten op. “Bij de doorlichting heeft Berenschot gekeken welke doelgroepen werden bediend en dat tegen de huidige en verwachte wet- en regelgeving aangehouden. De belangrijke conclusie is dat we structureel gezamenlijk 3 miljoen euro tekortkomen om de Participatiewet uit te voeren. Dat soort informatie is voor het eerst in beeld gekomen. Je kunt wel iedereen koste wat kost naar werk willen begeleiden, maar we zullen daarin toch keuzes moeten maken. Aangezien de gemeenten verantwoordelijk zijn voor de Participatiewet, willen we hier gezamenlijk beleid op gaan maken en van daaruit GR KempenPlus aansturen. Deze visie moet eind 2026 gereed zijn.”
Nieuwe uitvoeringsrichtlijnen
Baudoin onderschrijft het belang van een meerjarenvisie en -strategie. “De Wsw is rijkelijk gesubsidieerd en we hebben ook heel veel wsw’ers. Dat biedt financiële draagkracht, maar die doelgroep sterft uit. En veel nieuwe doelgroepen worden bekostigd met de minder gunstige loonkostensubsidie”, schetst hij. “Met de dienstverlening en omvang die vandaag wordt beoordeeld als heel erg goed, zak je straks financieel door het ijs als je de rijksmiddelen als uitgangspunt neemt. Dus moet je kijken welke dienstverlening je bij die middelen kunt organiseren, uitgaande van de doelstelling van de Participatiewet om mensen richting werk te helpen.”
Eerlijke verdeling
Een ander advies van Berenschot dat het GR-bestuur volgens Van Dalen goed heeft geholpen, betreft de verdeelsleutel. “Door in beeld te brengen hoe het bij andere werkbedrijven in Nederland gaat en zaken onafhankelijk goed door te rekenen, bleek dat de oude verdeelsleutel geen rekening hield met de rijksbijdrage en het profijtbeginsel, waardoor die erg scheef uitpakte. Daar móesten we uitkomen. Met het advies de verdeelsleutel aan te passen op basis van de rijksbijdrage per gemeente, is de jarenlange discussie beëindigd en zijn we gekomen tot een voor alle gemeenten eerlijke verdeling.” Daarnaast hielp Berenschot de nieuwe verdeelsleutel begrijpelijk te maken voor beleidsmedewerkers en financials.
Meerjarenperspectief
Voor Baudoin kwam de meerwaarde van Berenschot tot uiting op nog een ander vlak. “In moeilijke tijden zit je als algemeen directeur soms met je neus heel dicht op de materie. Zo’n onderzoek dwingt je om weer van grotere hoogte naar je organisatie te kijken. Daardoor discussieer ik met mijn eigen MT-team – los van de belangrijke focus op de lopende P&C-cyclus – ook over het meerjarenperspectief. Gezamenlijk voelen we de sense of urgency om de aanbevelingen van Berenschot om te zetten in nieuwe uitvoeringsrichtlijnen en zo een financieel veilige koers te varen.”
Open communicatie
Tot slot roemen beide werkgroepleden de samenwerking met Berenschot. “Deskundige mensen, die weten waar ze het over hebben. En als ze het niet weten, zeggen ze het ook. Die heldere communicatie is ons goed bevallen. Daarnaast zijn ze heel toegankelijk en betrokken, en hebben ze ons goed meegenomen in het proces. Het voelde echt als een gezamenlijk traject.” Naar alle waarschijnlijkheid krijgt de rodedradenanalyse een vervolg, gesubsidieerd door VWS, om de beweging binnen het Generiek Kompas te blijven volgen en de handreiking door te ontwikkelen. Dit met als doel organisaties te helpen een kwaliteitsbeeld op te leveren dat iets zegt over de beweging en kwaliteit van bestaan van de mensen met een zorgvraag en hun naasten.