Impact en kosten van zoetwatertekorten | Berenschot

Berenschot onderzoekt impact en kosten van zoetwatertekorten

Nieuws
Berenschot onderzoekt impact en kosten van zoetwatertekorten

Deel dit nieuwsartikel

Datum

18 mei 2026

Leestijd

2 minuten

Nu Nederland steeds vaker te maken heeft met droogte en watertekorten, moeten lastige keuzes worden gemaakt over de verdeling van het schaarse water. Daarom start Rijkswaterstaat een onderzoeksproject om de mogelijkheden rond advisering in waterverdeling uitgebreider te onderbouwen met economische schade en impact. In dit project ontwikkelt Berenschot in samenwerking met MB-Water, VISSER waterbeheer en Deltares een methode om droogte‐situaties te vertalen naar economische schade.

De methode moet inzichtelijk maken welke gevolgen (in euro's en impact) een bepaalde droogteperiode heeft voor uiteenlopende sectoren, zoals landbouw en scheepvaart, en welk effect handelingsperspectieven in de waterverdeling hierop hebben. “Momenteel worden adviezen grotendeels gebaseerd op expert judgement, ervaring, beschikbare informatie en onderlinge communicatie. Hierin ontbreekt echter nog een economische vertaling van de schade”, stelt Wouter Verbeek, senior managing consultant bij Berenschot.

Ons project zorgt ervoor dat we zulke informatie helder beschikbaar krijgen in de vorm van een overzichtelijk rekeninstrument. Daarmee kunnen we laten zien waar de grootste knelpunten ontstaan en hoe maatregelen uitpakken in economische zin.

-Wouter Verbeek, senior managing consultant bij Berenschot

Objectief anker

Het instrument richt zich op bovenregionale vraagstukken in het hoofdwatersysteem. “Het doel is niet om elke euro exact door te rekenen, maar om de orde van grootte en verhoudingen inzichtelijk te maken”, aldus Verbeek. “Zo krijgen adviseurs in de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling en de regio een objectief anker naast de aanwezige specialistische kennis. Deze informatie is nadrukkelijk geen vervanging van de bestaande advisering, afspraken en verantwoordelijkheden, maar juist ondersteunend daaraan.”

Focus op vier hoofdschadefuncties

In de eerste fase richten Berenschot en beide partners zich op vier hoofdschadefuncties, gedefinieerd in eerder onderzoek van Deltares: scheepvaart-, landbouw-, CO2- en funderingsschade. “Scheepvaartschade en een deel van de landbouwschade (beregeningstekort) zijn direct beïnvloedbaar door handelingsperspectieven in het hoofdwatersysteem. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan het verminderen van schutbewegingen bij de sluiscomplexen in de Afsluitdijk. De resterende schadefuncties houden we in beeld, maar zijn lastiger direct aan waterverdeling te koppelen en vergen meer onderzoek”, aldus Verbeek. 

Doorontwikkeling en uitbreiding

Juni dit jaar wordt de eerste fase afgerond met een basisinstrument en een lijst met mogelijke uitbreidingen en onderzoeksrichtingen voor fase 2. In deze vervolgfase wordt het instrument in overleg met de regio's en andere partijen verder doorontwikkeld en voorzien van een handzame interface. Ook worden aanvullende schadefuncties onderzocht. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan natuurschade en verzilting, maar de exacte keuze over deze uitbreiding is nog niet gemaakt. Eind 2027 is het systeem dan gereed voor gebruik. Verbeek: “Dan is tijdens droogtecrisissituaties de verwachte economische impact van keuzes, zoals het wel of niet doorvoeren van bepaalde maatregelen, beter in beeld te brengen. En daarmee zijn vervolgens discussies in het Landelijk Droogteoverleg ook beter te onderbouwen. Zo kunnen partijen samen sneller tot een gedeeld beeld komen.”

Blijf op de hoogte van onze laatste inzichten

Meld u aan voor onze nieuwsbrief