In 2025 stelden de deskundigencommissie rond de Hervormingsagenda Jeugd en de commissie-Hamer dat armoede en bestaansonzekerheid nauw samenhangen met de inzet van jeugdzorg.
Desondanks lukt het niet die verbinding structureel beter te leggen. Daarom gaf de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) Berenschot de opdracht de verbindingen tussen jeugdzorgketen en bestaanszekerheid te analyseren en aanbevelingen te doen.
Minder ingrijpende oplossingen
Doel van het traject was om gemeenten concrete handelingsperspectieven te bieden om bestaanszekerheid en jeugdzorg in de praktijk structureel te verbinden en zo tot betere oplossingen voor gezinnen en jongeren te komen. Voor het onderzoek is met dertig professionals in het veld gesproken. Rode draad uit de gesprekken is dat het domeinoverstijgend werken tussen jeugdhulp en bestaanszekerheid een taai probleem is. “De eerste vraag voor dit onderzoek was dan ook: ‘Waarom lukt het dan toch niet?’ Die oorzaken zijn hardnekkig en terug te leiden op verkokerde sturing en uitvoering en hoge druk op de uitvoering door gebrek aan capaciteit. Het werken over deze domeinen heen is dus een veranderopgave.”
Bestaansonzekerheid indicator
De eerste conclusie van Berenschot is: als bestaanszekerheid wankelt, stijgt de kans dat kinderen en jongeren in zware jeugdhulp terechtkomen. “De cijfers uit 2025 bevestigen opnieuw wat professionals al jaren ervaren: gezinnen met problematische schulden maken verhoudingsgewijs veel vaker gebruik van jeugdhulp, en ingrijpende maatregelen zoals uithuisplaatsingen, jeugdbescherming en -verblijf komen bij hen veel vaker voor”, stelt Hasselaar. “Stress over inkomen, schulden en dagelijks overleven werkt door in de opvoeding, gezondheid, school, veiligheid en perspectief. Tegelijk geldt dat jeugdhulp zonder bestaanszekerheid vaak symptoombestrijding is, met het risico dat we zwaarder ingrijpen dan nodig is.
Je kunt een kind honderd behandelingen geven, maar als het zonder ontbijt naar school gaat, werkt er niet één
-Elselot Hasselaar, managing consultant bij Berenschot
Patronen doorbreken
Het verbinden van beide ketens vergt structureel leren, lef en consequente keuzes om onderliggende patronen te herkennen en te doorbreken. “De praktijkvoorbeelden in ons rapport laten zien dat gemeenten die deze complexiteit omarmen en investeren in een cultuur van leren en experimenteren, op dit thema in één bestuursperiode écht een verschil maken”, aldus Hasselaar. “Met de start van een nieuwe bestuursperiode ligt hier een uitgelezen kans om deze veranderopgave hoog op de agenda te zetten en het verschil te maken voor kinderen en gezinnen.”
Passende hulp
Bijvoorbeeld door te beginnen met gezamenlijke overleggen tussen beide domeinen op beleids- en uitvoerend niveau en door structureel te reflecteren op oorzaken die een brede blik op hulpvragen in de weg staan. Hasselaar: “Maar ook door te zorgen voor een gedeelde visie tussen de beide domeinen, en te organiseren dat de bijbehorende budgetten aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Ten slotte adviseren we gemeenten om de uitvoering van het sociaal domein integraal uit te voeren, zodat inwoners met een hulpvraag passende hulp ontvangen.”
We weten al lang dat jeugdhulp en bestaanszekerheid sterk met elkaar verbonden zijn en het dus belangrijk is om met een brede blik naar gezinnen te kijken
-Elselot Hasselaar, managing consultant bij Berenschot