Maak schuldhulpverlening aantrekkelijker voor doelgroep | Berenschot nieuws

Maak schuldhulpverlening aantrekkelijker voor doelgroep

Nieuws
Maak schuldhulpverlening aantrekkelijker voor doelgroep

Deel dit nieuwsartikel

Datum

17 november 2023

Leestijd

2 minuten

Per 1 juli 2023 hanteren schuldhulpverleners voor nieuwe minnelijke schuldregelingen een aflostermijn van 18 maanden; tot die tijd was deze aflostermijn 36 maanden. De NVVK, de brancheorganisatie voor schuldhulp en financiële dienstverlening, vroeg Berenschot te onderzoeken hoe het werkveld denkt over de gevolgen van deze halvering voor het minnelijkeschuldregelingstraject (Msnp-traject). Een belangrijke uitdaging die we signaleren, is om het toekomstige verbeterde ondersteuningsaanbod ook na afronding van een schuldregeling aantrekkelijk te maken voor de hulpvrager.

Ruim draagvlak

Hoewel er ruim draagvlak bestaat voor de aanpassing van de aflossingstermijn, dringt het werkveld aan op een werkbare definitie of werkwijze om te bepalen of er sprake is van een problematische schuldsituatie. We noemen twee omstandigheden die hiervoor een indicatie kunnen geven. “Allereerst dat de inkomsten en uitgaven van de aanvrager structureel uit balans is, waardoor het voldoen aan de financiële verplichtingen niet kan worden gegarandeerd. En ten tweede dat de aanvrager over onvoldoende middelen en/of competenties beschikt om zelfstandig, zonder hulp van derden, de balans in inkomen en uitgaven duurzaam te herstellen”, verklaart Bram Berkhout, senior managing consultant bij Berenschot.

Uiterst zorgvuldig

Daarnaast concludeert Berenschot dat de huidige berekening van het vrij te laten bedrag (vtlb) als uiterst zorgvuldig overkomt. “Wij vinden het dan ook moeilijk verdedigbaar dat het werkveld in situaties met een berekend vtlb van nul of minder dan 5% van de bijstandsnorm het berekende vtlb loslaat en op zoek gaat naar mogelijkheden dat de hulpvrager toch (meer) gaat aflossen”, zegt Berkhout. “Dat brengt hulpvragers bewust in een benadelende situatie en vergroot de kans op uitval tijdens schuldregelingen. Het werkveld zou wat ons betreft deze ongelukkige situatie zo snel mogelijk moeten wegnemen. Dus óf afspreken dat de uitkomsten van het vtlb te allen tijde leidend zijn óf gezamenlijk zoeken naar een andere berekeningswijze van de maximale afloscapaciteit van de hulpvrager, zodat de uitkomst wél in alle gevallen gaat bepalen hoeveel een hulpvrager kan gaan aflossen.”

Inzet gemeenten onvoldoende

In het werkveld leeft breed het besef dat gemeenten nog onvoldoende inzetten op adequate begeleiding en nazorg aan hulpvragers van schuldhulpverlening om terugval in schuldenproblematiek te voorkomen. De bestaande verschillen tussen gemeenten op dit punt worden ook als te groot ervaren. Berkhout noemt het positief dat dit besef het werkveld in de actiestand heeft gezet. “We vinden het een belangrijke stap dat, binnen de context van de Wgs als kaderwet, er nu toch bestuurlijke afspraken gemaakt gaan worden voor basisdienstverlening schuldhulpverlening. Dit zou moeten kunnen resulteren in betere kwaliteit in en meer uniformiteit tussen gemeenten bij begeleiding en nazorg. En dat minimaliseert weer het risico op terugval.”

Veldwerk

In het onderzoek baseert Berenschot zich op een digitale enquête onder 348 professionals uit het brede werkveld, een algemene interviewronde met 33 stakeholders in de schuldhulpverlening en drie groepsinterviews met 14 respondenten van de enquête. Tijdens dit veldwerk werkte Berenschot intensief samen met Jan Tingen, die als zzp’er voor deze fase was ingehuurd door de NVVK. Alle bevindingen, conclusies en aanbevelingen zijn op drie momenten afgestemd met een door de NVVK ingestelde begeleidingsgroep.

Motivatietechnieken

Een belangrijke uitdaging die Berkhout ziet voor de schuldhulpverlening is om het toekomstige verbeterde ondersteuningsaanbod ook na afronding van een schuldregeling aantrekkelijk te maken voor de hulpvrager. “Het werkveld is volgens ons terecht van mening dat simpel afdwingen niet de juiste motivatie gaat opleveren om aan het eigen financieel gedrag te blijven werken. We raden de NVVK dan ook aan om te verkennen in hoeverre hierbij gebruikgemaakt kan worden van gedragspsychologische motivatietechnieken zoals nudging.”

Blijf op de hoogte van onze laatste inzichten

Meld u aan voor onze nieuwsbrief