Werken verbindt mensen, werk en potentieel| Berenschot blog

Skills-based werken verbindt mensen, werk en potentieel

Blog
Toekomst van werk en organisaties, Grensoverschrijdend HR-advies, Leren en ontwikkelen

Deel deze blogpost

Datum

02 oktober 2026

Leestijd

4 minuten

Skills-based werken sluit naadloos aan bij de snel veranderende omgeving van organisaties. Van HR vergt het een omslag in denken: meer aandacht voor hoe werk, leren en performance met elkaar verbonden zijn.

In vrijwel elke boardroom waar ik kom, valt te horen: ‘We moeten een skills-based organisatie worden.’ Het HR Trendonderzoek 2026 bevestigt die beweging: skillsmanagement heeft met stip de top van de agenda veroverd en zal ook volgend jaar naar verwachting een prominente plek innemen. Het voelt als de logische oplossing voor een wereld die sneller verandert dan organisaties kunnen voorspellen. Zodra er een vacature ontstaat of een team moet worden samengesteld, gebeurt er echter iets opmerkelijks: e grijpen reflexmatig terug op het vertrouwde functieprofiel en dat statische cv. 

De huidige personeelskrapte vaak geen tekort aan mensen, maar een ontwerpfout in hoe organisaties potentieel onbenut laten.

Wat wordt verstaan onder skills?

In de praktijk worden de begrippen skills, competenties en talent vaak op één hoop gegooid, maar het helpt om scherper te kijken. Een skill is geen functietitel en ook geen diploma. Het is wat iemand daadwerkelijk kan inzetten in het werk: een combinatie van kennis, vaardigheden, houding en gedrag, die zichtbaar wordt in concrete situaties. Dus niet alleen ‘communicatief sterk’, maar: een lastig gesprek kunnen voeren, feedback ophalen, een klantvraag goed doorgronden of een complex datamodel vertalen naar een businessbesluit. 

Daarmee verschuift de blik van wat iemand ooit heeft gedaan of op papier is, naar wat iemand in een bepaalde context kan bijdragen. Skills bevinden zich op het niveau van werkactiviteiten: analyseren, adviseren, samenwerken, prioriteren, technologie gebruiken, leren, beïnvloeden. Dat maakt ze concreter dan brede competenties en flexibeler dan functies. Als organisatie kun je er beter mee zien welke vermogens al in huis zijn, welke ontbreken en welke vermogens mensen kunnen ontwikkelen richting nieuw of veranderend werk. 

Door werk te ontleden tot op het niveau van vaardigheden, verdwijnt de starheid van het functiehuis. Werk wordt dan geen verzameling titels meer, maar een dynamische mix van handelingen. Dat is essentieel, want wie alleen in functies denkt, ziet vaak niet wat mensen nog meer kunnen. De huidige personeelskrapte betreft dan ook vaak geen tekort aan mensen, maar een ontwerpfout in hoe organisaties potentieel onbenut laten. 

Skills-pilaren van 2026

Afgaand op de data uit het HR-Trendonderzoek, vraagt de arbeidsmarkt om een specifiek pakket aan menselijk vermogen. Vier skills vormen de ruggengraat van de toekomstbestendige organisatie: 

•    Samenwerken (79%). Met afstand de belangrijkste skill. In een complexe wereld is individuele genialiteit ondergeschikt aan collectieve intelligentie. 
•    Technologische geletterdheid (67%). Niet iedereen hoeft te kunnen programmeren, als ze maar begrijpen hoe technologie en AI het eigen werk kunnen versnellen. 
•    Adaptief vermogen (55%). Het vermogen om mee te bewegen met verandering zonder de eigen kern te verliezen. 
•    Ontwikkelingsgerichtheid (51%). De vaardigheid om te leren leren. De bereidheid om jezelf constant opnieuw uit te vinden, is de enige echte garantie op inzetbaarheid. 

Waar het verschil gemaakt wordt

Organisaties die hier werkelijk een stap in zetten, doen iets relatief eenvoudigs. Ze kijken minder naar leren als iets wat je toevoegt via een programma, en veel meer naar hoe het werk zelf is ingericht. 

Neem teams waar medewerkers zelf hun werk verdelen; daar worden prioriteren en samenwerken vanzelf scherper door de noodzaak van de praktijk. In omgevingen waar niet alles is dichtgetimmerd maar wel glashelder is waar mensen naartoe werken, leren ze sneller omgaan met verandering. En in organisaties waar het normaal is om elkaar feedback te geven, gebeurt ontwikkeling ook zonder dat er een training aan voorafgaat. Dat zijn geen grootschalige hr-interventies, maar kleine keuzes in de dagelijkse organisatie van werk. 

Een mooi voorbeeld is de Gemeentepool van de gemeente Arnhem. Daar solliciteren kandidaten niet op een klassieke vacature, maar op een brede uitnodiging om voor de gemeente te komen werken. In de selectie kijkt de gemeente niet eerst naar functietitels of loopbaanpaden, maar naar motivatie, drijfveren en competentiegerichte vragen: welke skills brengt iemand mee, hoe leert iemand, waar zit ontwikkelpotentieel en welke bijdrage kan iemand leveren aan de organisatie? Pas na de procedure wordt gekeken waar iemand binnen de organisatie het beste tot zijn recht komt. Dat leverde in de eerste ronde 655 sollicitaties en 15 nieuwe collega’s op, onder wie mensen die anders waarschijnlijk niet vanzelf bij de gemeente waren uitgekomen. Juist daar wordt het verschil zichtbaar: skills-based werken begint niet bij het herschrijven van functieprofielen, maar bij anders durven kijken naar mensen, werk en potentieel. 

Echte gedragsverandering ontstaat zelden door erover te praten in een klasje; het ontstaat op de werkvloer.

Leren als onderdeel van het ontwerp

Zolang organisaties blijven denken dat ze skills kunnen ‘invoeren’ of ‘inkopen’, blijven ze ernaast organiseren. Dan bouwen ze platforms en vullen bibliotheken, in de hoop dat gedrag volgt. Maar echte gedragsverandering ontstaat zelden door erover te praten in een klasje; het ontstaat op de werkvloer.

Op het moment dat een organisatie het werk zelf als vertrekpunt neemt, verschuift alles. Leren wordt dan minder zichtbaar als ‘project’, maar wel veel effectiever omdat het dichter op de behoefte zit. Dit vraagt een andere houding van HR en L&D: minder focus op de compleetheid van modellen of het perfect beschrijven van profielen, en meer aandacht voor hoe werk, leren en performance met elkaar verbonden zijn. 

Menselijk vermogen als motor

Het gesprek over skills voelt soms veelomvattend, maar in de kern gaat het om vrij nuchtere, menselijke vragen. Kan iemand omgaan met werk dat verandert terwijl hij erin zit? Kan iemand blijven leren zonder dat er eerst een programma wordt opgetuigd? Kan iemand samenwerken in situaties die niet volledig vastliggen? 

Uiteindelijk is de stap naar een skills-based organisatie geen technologische exercitie, maar een ontwerpkeuze. Het vergt moed om de taal van statische functies los te laten en het werk zo in te richten dat menselijk vermogen de motor wordt van de business in plaats van een vinkje op een dashboard.

Blijf op de hoogte met onze laatste inzichten

Meld u aan voor onze nieuwsbrief