Tags

Model van Keough


Het groeipad dat organisaties doorgaans doorlopen in de ontwikkeling van de inkoopfunctie, is goed weer te geven aan de hand van het inkoopontwikkelingsmodel van Keough (1993). Zoals in onderstaande figuur is te zien, telt het ontwikkelingsmodel vijf groeifasen.

  • In de eerste fase is er sprake van een administratieve oriëntatie op inkoop, gericht op het zekerstellen van de levering. Inkoop heeft in dit stadium als primaire taak om geschikte leveranciers te vinden en ervoor te zorgen dat de instelling geen essentiële producten en diensten tekort komt.
  • In de tweede fase staat de laagste prijs centraal. Elke besparing op inkoop hoeft immers niet meer bespaard te worden op personeel. In deze fase van de commerciële oriëntatie op inkoop is er extreme aandacht voor de kosten op de factuur en hebben veel inkoopplannen dan ook uitsluitend besparen als doel.
  • In de derde fase komen organisaties tot het inzicht dat de inkopen te versnipperd plaatsvinden, waardoor er bij een te groot aantal leveranciers wordt afgenomen. Bij de inkoopbeslissing wordt te vaak geen inkoopexpertise ingezet en managementinformatie ontbreekt. Het beheersen van de inkoopprocessen is dan zinvol. In deze fase van de coördinatie komt de aandacht ten volle te liggen op de versplintering van de inkoop.
  • Pas nadat in de derde fase door het afsluiten van raamcontracten het aantal leveranciers (fors) is teruggedrongen en inkoop zijn toegevoegde waarde inmiddels heeft bewezen, komt men in de vierde en vijfde fase met multifunctionele teams tot het vergroten van de toegevoegde waarde van de leveranciers. In de fasen drie tot en met vijf stijgt het strategisch belang van (inmiddels een fors gereduceerd aantal) leveranciers. Er worden onder meer samenwerkingsverbanden aangegaan, leverancier-prestaties gemeten, processen verbeterd en integrale kostenverlagingen nagestreefd.

Model van Keough

keough-inkoopontwikkelingsmodel

Klik op de afbeelding voor een grotere versie van het model.

Zie ook